Een portret van het gezinsleven in Nederland

Een portret van het gezinsleven in Nederland

Ouders hebben meer tijd voor kinderen

 

  • Er gaat tegenwoordig meer tijd naar de kinderen dan vroeger. De tijd die werkende moeders en vaders aan de kinderen besteden, is sinds 1980 zelfs bijna verdubbeld. Moeders besteden bijna veertien uur per week aan de zorg voor kinderen, vaders ruim zes uur per week.
  • De meeste gezinnen functioneren goed. Alleenstaande ouders en ouders met een laag inkomen geven aan meer problemen te hebben bij de verzorging en opvoeding van hun kinderen. De kinderen in deze gezinnen hebben een groter risico om lichamelijk en psychisch problemen te ontwikkelen.
  • Ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen leren zelfstandig te denken en te handelen. Regels worden niet opgelegd maar uitgelegd. Een derde van de ouders heeft moeite de regels vol te houden.
  • De buurt en het sociale netwerk kunnen voor ouders een bron van steun vormen. 50% van de ouders praat tenminste enkele keren per maand met iemand uit hun sociale netwerk gericht over de opvoeding van de kinderen.

Gezinnen zijn er tegenwoordig in vele soorten en maten, maar ze vormen altijd een ‘leefverband waarin een of meer volwassenen de verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging en opvoeding van een of meer kinderen’. Dit rapport laat zien hoe het is gesteld met gezinnen in Nederland. Aan de orde komen thema’s als gezinsvorming, inkomen, combinatie van arbeid en zorg, en opvoeden. Verschillende gegevensbronnen zijn gebruikt. Om de opvoeding in gezinnen in kaart te brengen heeft het SCP een grootschalige enquête gehouden onder bijna 2700 ouders.

 

Het gezin is nog steeds populair
Het aandeel van de gezinnen in de huishoudens is de afgelopen decennia sterk gedaald, van 50% in 1981 tot 34% in 2010. In de maatschappelijk meest actieve periode van het leven (tussen 35 en 50 jaar) is het gezin echter nog steeds populair: in deze leeftijdsfase bestaat tweederde van de huishoudens uit een gezin met kinderen. Een kwart van alle kinderen krijgt in hun jeugd te maken met veranderingen in de gezinssituatie, in de meeste gevallen doordat ouders uit elkaar gaan.
 
74% van de Nederlanders vindt het belangrijk dat kinderen opgroeien in een tweeoudergezin. 63% keurt het goed wanneer een vrouw wel een kind wil maar geen partner (N.B.: Als gevolg van een misverstand werd in een eerder persbericht gesteld dat 63% het afkeurt, maar dat is niet zo. Het is dus juist andersom). Kinderen krijgen en opvoeden binnen een niet-huwelijkse relatie wordt door een kleine minderheid van 15% afgekeurd.
 
De inkomenspositie van gezinnen
Bij de geboorte van het eerste kind daalt het besteedbare inkomen met ongeveer 20%. Dit komt deels door de kosten van de zorg voor kinderen, deels doordat moeders minder gaan werken. Wel maken gezinnen meer gebruik van gesubsidieerde publieke overheidsdiensten zoals onderwijs en kinderopvang. Daarmee hebben zij meer profijt van de overheid dan andere huishoudens.
Zowel het aantal als het aandeel kinderen dat in armoede opgroeit, is sinds 2008 gestegen. Ruim 6% van alle jeugdigen groeit op in een gezin waarin er niet voldoende geld is voor basisbehoeften, zoals voeding en kleding. Wanneer we onvoldoende geld voor ontspanning en sociale participatie meerekenen, gaat het om ruim 9% van alle jeugdigen.
 
Kinderen in gezinnen met een laag inkomen hebben een minder goede gezondheid dan kinderen uit gezinnen met een hoger inkomen en hebben anderhalf tot drie keer zo vaak sociaal-emotionele problemen.
 
Meer tijd voor kinderen
Moeders besteden bijna veertien uur per week aan de zorg voor kinderen, vaders ruim zes uur per week. Ouders met een jongste kind tot 4 jaar besteden beduidend meer tijd aan hun kinderen, namelijk ruim zestien uur per week.
 
Ondanks dat de arbeidsdeelname van vrouwen in de afgelopen decennia sterk is toegenomen, gaat er tegenwoordig meer tijd naar de kinderen dan vroeger. De tijd die werkende moeders en vaders aan de kinderen besteden, is sinds 1980 zelfs bijna verdubbeld. De meeste ouders ervaren de combinatie van betaald werk en de zorg voor kinderen als druk maar verrijkend. Bijna een op de drie ouderservaart deze combinatie als zwaar; dan gaat het met name om ouders van heel jonge kinderen (onder de 4 jaar oud) en om alleenstaande moeders. Het combineren van arbeid en zorg wordt als minder zwaar
 
ervaren wanneer ouders zich gesteund weten door hun werkgever en er begrip is wanneer zij onverwacht niet op het werk aanwezig kunnen zijn. Ouders besteden veel tijd aan het vervoeren van hun kinderen naar en van school, opvang en andere activiteiten. De openingstijden van deze voorzieningen zijn lang niet altijd goed afgestemd op de situatie waarin beide ouders buitenshuis werkzaam zijn.
 
Regels worden uitgelegd
Ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen zelfstandig leren denken en handelen. Regels worden daarom niet opgelegd maar uitgelegd. Ouders wijzen kinderen liever op de gevolgen van bepaald gedrag dan dat zij straffen. 15% van de ouders zegt weleens een ‘pedagogische tik’ uit te delen.
 
De meeste ouders zijn tevreden over de opvoeding. Desalniettemin vindt meer dan de helft het ouderschap moeilijker dan tevoren gedacht. Een op de zeven ouders heeft vaak het gevoel de opvoeding niet aan te kunnen. Een derde van de ouders heeft moeite de regels die zij hanteren vol te houden. Alleenstaande ouders en ouders met een laag inkomen ervaren vaker problemen met opvoeden.
 
De opvoeding van kinderen wordt door ouders liefst zoveel mogelijk zelf uitgevoerd. Desalniettemin kunnen het sociale netwerk en de buurt waar gezinnen wonen voor ouders een belangrijke bron van steun zijn. 50% van de ouders praat tenminste een paar keer met maand met personen uit hun sociale netwerk over de opvoeding of krijgt hierover advies. Met name grootouders en vrienden zijn belangrijke hulpbronnen.